Tips bij het gebruik van deze site

Als je bezig bent met de voorbereiding op een schoolexamen, kies hierboven dan voor "Examenopgaven op onderwerp gesorteerd". Een schoolexamen gaat meestal over slechts een deel van de stof, bijvoorbeeld twee of drie hoofdstukken. Dan is het prettig dat je op deze manier examenopgaven kunt oefenen die goed aansluiten bij de stof voor het schoolexamen. Kijk pas in het antwoordmodel nadat je de vraag beantwoord hebt of er echt serieus lang over hebt nagedacht!

Bij de voorbereiding op het centraal examen is het slim om eens een compleet examen te maken. Die vind je in het menu hierboven onder "Examens op schooljaar gesorteerd". Het aantal sterren geeft aan wat de moeilijkheidsgraad van een examen is en drie sterren is gemiddeld. Houd de tijd bij die je eraan besteedt en bedenk dat het echte examen 3 uur (HAVO/VWO) of 2 uur (VMBO) duurt. Bij de antwoorden vind je ook de punten die je voor (bepaalde delen van) je vraag scoort. Tel ze op en kijk daarna in de omzettingstabel om te zien wat je cijfer zou zijn geweest.


Tips bij het maken van examenopgaven

Schrijf bij de beantwoording van de vragen al je denkstappen op. Je kunt beter te veel dan te weinig opschrijven want bepaalde opmerkingen leveren punten op, ook als je het eindantwoord fout hebt. In de antwoordmodellen op deze site kun je goed zien hoe examenopgaven beoordeeld worden. Je ziet dan precies wat punten oplevert en wat niet.

Tussen het lezen van de opgave en het opschrijven van de oplossing zit vaak zoveel tijd dat je (een deel van) de opgave al weer vergeten bent. Lees daarom de opgave nog een keer na nadat je een vraag beantwoord hebt. Heb je precies antwoord op de vraag gegeven?

Streep alleen een antwoord door als je een beter antwoord op gaat schrijven. Als je geen beter antwoord hebt, streep het in jouw ogen foute antwoord dan niet door. Misschien is een deel ervan toch goed en levert het punten op. De docent zal echter nooit punten geven voor iets dat doorgestreept is!

Denk bij het geven van het eindantwoord aan de juiste eenheden (dagen, uren, minuten, kilo's, centimeters) en decimalen waarin het antwoord nauwkeurig gegeven moet worden. Als er in de opgave hier niets over staat dan mag je zelf een keuze maken. Geef berekende groeifactoren en kansen altijd in minimaal twee decimalen.

Sommige formules zul je misschien uit het hoofd moeten leren. In de examens worden een aantal formules afgedrukt. Welke dat zijn kun je hier zien voor wiskunde A, wiskunde B en wiskunde C. In de VMBO examens staan ook een aantal formules afgedrukt en die kun je hier zien voor GL/TL en KB.

Het kan handig zijn om, voordat je begint, alle formules die je moest leren op een (klad)blaadje te schrijven. Als je eenmaal bezig bent met het examen is de kans namelijk groter dat je een formule niet meer weet.


Aanvullende tips, alleen voor HAVO en VWO

Markeer voordat je begint aan het examen wiskunde B de opgaven waarbij je de rekenmachine mag gebruiken. Die herken je heel snel doordat de woorden "algebraisch" en "exact" in die vragen ontbreken. Dit gaat prima met bijvoorbeeld een gele markeerstift. Als leerling ben je zo getraind in het algebraisch oplossen van opgaven dat je vaak over het hoofd ziet dat ze soms met de rekenmachine opgelost mogen worden.

Schrijf altijd op wat je in de rekenmachine invoert en welke speciale functie's je gebruikt (zoals INTERSECT of ZERO). Dit levert altijd een punt op!

Als er bij een opgave gevraagd wordt naar een algebraïsch antwoord, dan moet je de opgave stap voor stap oplossen zonder gebruik te maken van de speciale functies op de rekenmachine (zoals INTERSECT of ZERO). Het eindantwoord mag afgerond worden!

Ook als er om een bewijs gevraagd wordt moet je altijd een exact antwoord geven (en geef nooit alleen een getallenvoorbeeld, dat is geen bewijs). Als er staat dat je iets aan moet tonen dan hoeft de vraag niet exact beantwoord te worden. De stellingen die je eventueel bij wiskunde D hebt geleerd mag je niet bij wiskunde B gebruiken (die zou je dan eerst weer moeten bewijzen!).

Je mag de rekenmachine wel gebruiken om:
* Een y-waarde bij een x-waarde te berekenen.
* Een schets van de grafieken te tekenen bij het oplossen van een ongelijkheid.
* Iets aan te tonen (let op: aantonen en bewijzen betekenen bij wiskunde dus iets totaal verschillends!).

Als er bij een opgave gevraagd wordt naar een exact antwoord, dan moet je de opgave oplossen zoals hierboven beschreven bij algebraïsch, maar tussen- en eindantwoorden mogen niet afgerond worden.

Als er bij een opgave niet gevraagd wordt naar een exact of een algebraïsch antwoord, dan kun je maar beter ook niet proberen om het toch te doen. Het toch doen kost minimaal extra tijd en die heb je niet. Vaak is het ook helemaal niet mogelijk om zo'n opgave algebraïsch of exact op te lossen!

Elke vergelijking is met de grafische rekenmachine op te lossen door hetgeen dat aan de linkerzijde van het "="-teken staat als Y1 in te voeren, en hetgeen aan de rechterzijde staat als Y2. Zorg vervolgens dat de snijpunten op het beeldscherm zichtbaar zijn als je de grafieken laat tekenen. Dan vind je met INTERSECT de oplossing(en). Als je niet weet hoe je het venster in moet stellen, gebruik dan TABLE om te zien waar de snijpunten ongeveer zitten. Zodra je dit weet dan stel je bij WINDOW de waarden van XMIN en XMAX zo in dat de x-coördinaten van de snijpunten er tussenin passen. Kies vervolgens onder het menu ZOOM voor ZOOMFIT. Als je dit niet goed begrijpt vraag het dan aan je leraar, want dit is echt heel belangrijk!

Bij het examen zijn ongeveer 80 punten te verdienen en daar heb je drie uur de tijd voor. Dat betekent dat je per punt ongeveer 2 minuten hebt. Voor een vraag van 3 punten heb je dus 6 minuten de tijd en voor een vraag van 5 punten bijvoorbeeld 10 minuten. Als je hier rekening mee houdt dan zul je de tijd beter kunnen verdelen over de opgaven, en houd je aan het einde nog ongeveer 20 minuten over om de opgaven nogmaals te bekijken die in eerste instantie niet lukten.