Ben jij klaar voor je wiskunde-examen? Test jezelf!


Beantwoord de acht vragen hieronder en kijk wat jij er van bakt!

1) Hoe los je de vergelijking x3-3x+2=0 op?
a) abc-formule toepassen.
b) (x2-2)(x-1)=0 en dan verder ...
c) er is maar één manier: je voert de formule op je GR in en zoekt de nulpunten.

2) Een rechte lijn gaat door de punten A(-4,6) en B(7,-3). Hoe bereken je de richtingscoëfficiënt?
a)
b)
c)
d)

3) Een hoeveelheid N neemt ieder jaar met 5% toe, en t stelt het aantal jaren voor.
a) Hierbij hoort een formule van de vorm N=at+b, want het is lineaire groei.
b) Hierbij hoort een formule van de vorm N=b*gt, want het is exponentiële groei.
c) Het is niet met zekerheid te zeggen of het om lineaire of exponentiële groei gaat.

4) Een hoeveelheid neemt 48% in tien jaar toe. Hoeveel procent neemt het per jaar toe?
a) 4%
b) 4,8%
c) geen van beide

5) Bij een winkel is een trui in prijs verhoogd met 21% tot €54,39. Wat was de oude prijs?
a) €44,95
b) €42,97
c) geen van beide

6) Gegeven is dat . Bereken x.
a) x=3600
b) x=25
c) x=0,04

7) Gegeven is dat 18p=24,3. Bereken p.
a) p=6,3
b) p=0,74
c) p=1,35

8) Hoe groot is de kans dat je met vier dobbelstenen precies twee zessen gooit?
a) 0,2315
b) 0,1157
c) 0,0193

Quiz script provided by
JavaScriptKit.com